“Langst-leeft-al-heeft” in een stelsel van scheiding van goederen

26 maart 2020 - Thomas Weyts

In een beslissing van 21 oktober 2019 heeft de Vlaamse Belastingdienst bevestigd dat een verblijvingsbeding op onverdeelde goederen in een stelsel van scheiding van goederen niet aan erfbelasting is onderworpen.

De nieuwe huwelijksvermogenswet van 2018 laat toe dat echtgenoten die gehuwd zijn onder het stelsel van scheiding van goederen in hun huwelijkscontract afspraken kunnen maken ter regeling van onverdeeldheden die tussen hen bestaan.

Met een verblijvingsbeding (ook wel een “langst-leeft-al-heeft” beding genoemd) kunnen echtgenoten die gehuwd zijn onder het stelsel van scheiding van goederen bedingen dat de onverdeelde goederen bij overlijden van één van hen, onmiddellijk, in volle en exclusieve eigendom aan de langstlevende toebehoren. Deze toebedeling is onbelast (géén schenk- of erfbelasting).

In een gemeenschapsstelsel daarentegen is een verblijvingsbeding fiscaal niet interessant. De langstlevende echtgeno(o)t(e) betaalt erfbelasting op wat hij/zij toegekend krijgt bovenop de helft van de gemeenschap Dit op basis van artikel 2.7.1.0.4. van de Vlaamse Codex Fiscaliteit. Maar dat wetsartikel kan niet naar analogie worden uitgebreid naar onverdeelde goederen in een stelsel van scheiding van goederen.

De huwelijksvermogenswet van 2018 bevestigt ook dat het hierboven bedoelde beding als een huwelijksvoordeel kwalificeert en dus geen schenking is.

Met de ruling van 21 oktober 2019 werd een nieuwe planningstechniek geopenbaard voor gehuwden onder het stelsel van scheiding van goederen . Zich beschermen tegen een plots overlijden kon tot voor kort alleen met een aanwasovereenkomst, onder bepaalde voorwaarden.

Tot slot merken we op dat met betrekking tot onroerende goederen rekening moet worden gehouden met de verschuldigdheid van het verkoop- of verdeelrecht. Wij adviseren u graag in uw specifiek dossier.

Voorbeeld: U bent gehuwd onder het stelsel van scheiding van goederen en heeft een tweede verblijf aan de kust. Dat appartement heeft u samen aangekocht in onverdeeldheid. Wanneer dat onroerend goed door het huwelijksvoordeel aan langstlevende wordt toebedeeld, zal daarop geen (9%-27%) erfbelasting verschuldigd zijn. De toekenning zal wel onderworpen zijn aan een verdeelrecht van 2,5% op de waarde van het onroerend goed.

Het verblijvingsbeding inzake onverdeelde goederen is een zeer interessante planningstechniek om de langstlevende echtgeno(o)t(e), gehuwd onder een stelsel van scheiding van goederen, optimaal te beschermen zonder dat dit gepaard gaat met de heffing van erfbelasting. Deze fiscaalvriendelijke techniek kan echter niet (belastingvrij) toegepast worden tussen ongehuwde partners, noch voor zij die gehuwd zijn met een wettelijk stelsel.