Dit moet u weten over de effectentaks 2.0

04 oktober 2021 - Helder

Sinds 26 februari 2021 is de effectentaks 2.0 een feit. Hij vervangt de vorige taks die in oktober 2019 door het Grondwettelijk Hof werd vernietigd. Wat houdt de nieuwe taks in?

Een jaarlijkse heffing van 0,15 procent op effectenrekeningen met een gemiddelde waarde van minstens 1 miljoen euro. Zo wil de overheid (kapitaalkrachtige) investeerders laten bijdragen aan de grote uitgaven die de coronapandemie met zich bracht. De opbrengst wordt geschat op 420 miljoen euro per jaar. Steek hier uw licht op over de nieuwe taks.

Voor wie geldt de effectentaks 2.0?
Voor natuurlijke en rechtspersonen die in België gevestigd zijn, en in België of in het buitenland een effectenrekening hebben ter waarde van minstens 1 miljoen euro. De taks is ook van toepassing op effectenrekeningen van niet-Belgische inwoners bij Belgische financiële instellingen, tenzij een dubbelbelastingverdrag dat verhindert. Ook effectenrekeningen aangehouden door buitenlandse entiteiten die worden geviseerd voor de kaaimantaks, komen in aanmerking.

Waarop is de effectentaks 2.0 van toepassing?
Bij de vorige effectentaks waren afgeleide producten en cash uitgesloten. Nu worden álle financiële instrumenten op een effectenrekening geviseerd – van aandelen en obligaties tot cash. Ook belastingplichtigen die hun aandelen gedematerialiseerd aanhouden op een effectenrekening, vallen onder de toepassing.

Wat er níét onder valt: aandelen op naam, geregistreerd in het aandelenregister van een vennootschap en niet aangehouden op een effectenrekening.

Tak 23 ook (onrechtstreeks) getroffen

Ook tak 23-verzekeringen ontspringen de dans niet. Zelfs overeenkomsten met een waarde onder het drempelbedrag komen in aanmerking als de globale effectenrekening van de verzekeringsinstelling hoger is dan 1 miljoen euro. Daardoor kunnen ook de kleinere beleggers de nieuwe taks voelen in hun portemonnee, ook als ze – individueel – ver onder de drempelwaarde blijven. Door de nieuwe taks zou het opgebouwde kapitaal immers jaarlijks met 0,15 procent afnemen. 

Wie er wél aan ontsnapt: buitenlandse verzekeraars die tak 23-verzekeringscontracten aanbieden. Want zij houden hun beleggingen aan op een buitenlandse effectenrekening. U kan het gevolg al raden: Belgische investeerders zullen voortaan de voorkeur geven aan buitenlandse verzekeraars …

Tarief en belastbare grondslag
De drempel van 1 miljoen geldt per effectenrekening en wordt bekeken per referentieperiode. Hebt u een effectenrekening met een waarde van 1,5 miljoen euro? Dan bent u taks verschuldigd. Beschikt u over twee effectenrekeningen met elk een waarde van 750.000 euro, dan wordt de taks niet geheven.

Let wel: de wet omvat een antimisbruikbepaling met terugwerkende kracht om te vermijden dat belastingplichtigen aan de effectentaks 2.0 ontsnappen. Ga dus niet zomaar schuiven met uw effecten.

Wat de referentieperiode betreft: die duurt één jaar, en loopt van 1 oktober tot 30 september. Op vier momenten in dat jaar (1 december, 31 maart, 30 juni en 30 september) wordt de waarde van de rekening in kaart gebracht. Bereikt de gemiddelde waarde de drempel? Dan is 0,15 procent effectentaks verschuldigd op de totale waarde.

De heffing geldt dus op het volledige kapitaal, maar het bedrag van de taks wordt wel beperkt tot 10 procent van het verschil tussen de gemiddelde waarde van de belastbare financiële instrumenten en het drempelbedrag van 1 miljoen euro.

Antimisbruikbepaling
Er zijn een aantal algemene antimisbruikbepalingen op de effectentaks 2.0 met als ruime formulering:

Gedragingen die erop gericht zijn om de belastbare waarde van een effectenrekening te verminderen om de taks te vermijden, worden geacht strijdig te zijn met de doelstelling van de effectentaks.

In een aantal situaties is er een weerlegbaar vermoeden van belastingontwijking. Concreet: u kan als belastingplichtige bewijzen dat de gestelde rechtshandelingen een ander motief hebben dan de effectentaks vermijden.

Maar er zijn ook specifieke antimisbruikbepalingen met een onweerlegbaar vermoeden van misbruik:

  • Een effectenrekening splitsen in meerdere effectenrekeningen, aangehouden bij dezelfde bank, beleggingsinstelling of ander tussenpersoon.
  • Belastbare financiële instrumenten op een effectenrekening omzetten naar financiële instrumenten op naam (met terugwerkende kracht vanaf 30 oktober 2020).

Heffing en boetes
De financiële instelling is verantwoordelijk voor de heffing van de taks aan de bron. Belgische financiële instellingen moeten die verplichtingen nakomen uiterlijk op 20 december (volgend op het einde van de referentieperiode op 30 september).

Wordt de rekening aangehouden bij een niet-Belgische instelling? Dan is een inhouding aan de bron onmogelijk. De titularis moet in dit geval persoonlijk aangifte doen. Als titularis van een buitenlandse rekening, moet u de taks betalen uiterlijk op 31 augustus van het jaar volgend op het einde van de referentieperiode. Buitenlandse banken kunnen ook een aansprakelijke vertegenwoordiger aanstellen in ons land. Die neemt dan de aangifte en betaling van de taks op zich.

De aangiftemodaliteiten moeten nog door de Koning worden bepaald. Wie de aangifte niet, onvolledig, onnauwkeurig of te laat indient, mag een boete verwachten. Ook niet-betaling of laattijdige betaling wordt bestraft. De boetes gaan van 10 tot 200 procent van de verschuldigde taks. Bij laattijdige betaling bent u ook intresten verschuldigd.

Ook nog goed om te weten: de nieuwe effectentaks is niet aftrekbaar als beroepskost in de inkomstenbelasting.

Ziezo, u kent nu de belangrijkste bepalingen van de effectentaks 2.0. Voor meer informatie of vragen kunt u bij onze experten terecht. De volledige wettekst vindt u hier.