Beding van aanwas: Vlaamse Belastingdienst verduidelijkt

14 december 2018 - Thomas Weyts

Begin 2018 publiceerde de Vlaamse Belastingdienst (Vlabel) een nieuw standpunt over bedingen van aanwasHet standpunt was op sommige punten vatbaar voor kritiek en zorgde enigszins voor rechtsonzekerheid.  Het oorspronkelijk standpunt is intussen enigszins bijgestuurd.  De standpunten van Vlabel blijken ook uit een aantal gepubliceerde rulings.  De laatste ruling dateert van 12 december 2018.

Het sluiten van een ‘aanwasovereenkomst’ (m.b.t. goederen in onverdeeldheid) of een ‘kanscontract’ (m.b.t. niet-onverdeelde goederen) is een courant toegepaste successieplanningstechniek tussen samenwoners of tussen echtgenoten met betrekking tot ‘eigen’ goederen.  Twee personen bijvoorbeeld die in onverdeeldheid een goed verwerven of bezitten, kunnen via een aanwasovereenkomst overeenkomen dat het deel van de eerststervende door aanwas zal toekomen aan de langstlevende onder hen.  Op die manier kunnen partners elkaar levensstandaard zoveel als mogelijk beschermen.  Van belang is dat elke deelgenoot een evenwichtige kans heeft om het aandeel van de andere in het goed te verwerven.  Er moet m.a.w. een gelijke overlevingskans zijn. 

Mits aan een aantal voorwaarden is voldaan wordt vanuit fiscaal oogpunt aanvaard dat de betrokken goederen in hoofde van de langstlevende deelgenoot niet onderworpen zijn aan erfbelasting of schenkbelasting. Bij onroerende goederen is wel het verkooprecht verschuldigd.

In zijn Voorafgaande beslissing nr. 18045 van 12.11.2018 diende Vlabel zich uit te spreken over een beding van aanwas / kanscontract dat zou worden gesloten in een onderhandse akte, tussen echtgenoten die gehuwd zijn onder het stelsel van scheiding van goederen.  Het koppel wenste een beding van aanwas te sluiten met betrekking tot roerende goederen die zij in onverdeeldheid bezaten.  Bovendien wensten zij ook een kanscontract te sluiten met betrekking tot een aantal niet-onverdeelde goederen, zijnde een gelijk pakket aandelen van een gewone commanditaire vennootschap. De bepalingen van het beding van aanwas en het kanscontract waren identiek.

Voor niet-onverdeelde goederen kan er volgens Vlabel geen sprake zijn van een beding van aanwas.  Vlabel bevestigt wel dat een kanscontract met betrekking tot niet-onverdeelde goederen (in casu aandelen van een commanditaire vennootschap) onder dezelfde fiscale regeling valt als een beding van aanwas, tenminste indien voldaan is aan een aantal voorwaarden.

Vlabel bevestigde het principe dat bij de realisatie van een kanscontract (ten bijzondere en ten bezwarende titel) de betrokken roerende goederen niet onderworpen zijn aan de schenkbelasting of de erfbelasting.

Vlabel oordeelde ook dat het afsluiten van het kanscontract in casu geen fiscaal misbruik uitmaakt aangezien er ook niet-fiscale motieven aan het contract ten grondslag liggen die voldoende opwegen tegen de fiscale motieven.

In haar beslissing bevestigt Vlabel dat een beding van aanwas kan worden afgesloten tussen echtgenoten wanneer het slaat op eigen goederen van de echtgenoten die ze in onverdeeldheid bezitten.  Vlabel stelt ook dat een notariële akte niet vereist is, tenzij het beding betrekking heeft op onroerende goederen.

Hoewel intussen veel is uitgeklaard, is niet alle rechtsonzekerheid verdwenen.  Compensatie bijvoorbeeld wordt door Vlabel niet aanvaard.  Ongelijkheid qua overlevingskansen kan volgens Vlabel niet gecompenseerd worden door ongelijkheid qua inleg.  Vlabel stelt dat door een grotere inleg de kans immers niet vergroot om de andere mede-eigenaar te overleven.  Wie reeds een aanwasovereenkomst heeft gesloten, doet er goed aan om het aanwascontract door een expert te laten nazien.